De tuinstraat: stimuleert een publieke herinrichting private investeringen?
Laura Mylle
Master
Stedenbouw
en ruimtelijke planning
2025 — 2026
onderzoek
promotoren
Vanoutrive Thomas
De tuinstraat: stimuleert een publieke herinrichting private investeringen?
Stimuleert de aanleg van een groene tuinstraat bewoners om zelf in hun woning en gevel te investeren? Deze masterproef onderzoekt het ‘crowding-in’ effect binnen de Antwerpse Singel. Terwijl publieke ontzorging massaal aanzet tot geveltuinen, botsen private woningrenovaties op harde grenzen zoals budget, morfologie en huurderschap. Ontdek via zes unieke bewonersprofielen hoe stedelijk beleid, eigendomsstructuur en mobiliteit de sleutel vormen tot succesvolle, sociaal rechtvaardige klimaatadaptatie!
Om stedelijke klimaatuitdagingen aan te pakken, zet de stad Antwerpen in op de realisatie van ‘tuinstraten’. Deze masterproef onderzoekt via een mixed-methods casestudy (intra-muros) of deze publieke heraanleg functioneert als katalysator voor private co-investeringen. Trekt de overheid burgers mee om zélf te investeren in de aanleg van geveltuinen en het renoveren van hun private woningschil (het zogenaamde crowding-in effect)?
De empirische resultaten tonen een krachtig momentum met een hoge algemene bewonerstevredenheid van 83%. Het spillover-effect treedt significant sterker op in de semi-publieke ruimte (66% adoptiegraad van geveltuinen), primair gedreven door actieve institutionele ontzorging vanuit de districten. Daarnaast ondervindt 49% een motivatie tot private woningrenovatie.
Toch stuit dit private engagement in de praktijk op harde lokale barrières. Aan de hand van zes onderscheidende bewonersprofielen – variërend van ‘de geactiveerde co-investeerder’ tot ‘de machteloze huurder’ – toont het onderzoek aan dat een gestandaardiseerde beleidsaanpak tekortschiet. De investeringsbereidheid stagneert geregeld door hoge bouwkosten, morfologische obstakels en juridische uitsluiting op de huurmarkt, wat leidt tot een acute green-space paradox.
Het onderzoek concludeert dat een top-down ‘opt-out’-strategie met directe materiële ontzorging superieur is aan financiële premies achteraf. Om kwetsbare groepen niet ruimtelijk uit te sluiten, beveelt de studie een diversificatie van het beleid aan, waaronder een ‘Huurders- en Morfologische Toolbox’. Tot slot vormt het temmen van de lokale parkeerdruk en het autoverkeer de absolute randvoorwaarde om civic stewardship en succesvol burgerengagement blijvend te garanderen.