Een contrast in de spiegel: een comparatieve analyse van Noeveren en Hellegat als post-industrieel erfgoedlandschap
Arthur Coenen
Master Erfgoedstudies
2025 — 2026
onderzoek
promotoren
Yonca Erkan
Een contrast in de spiegel: een comparatieve analyse van Noeveren en Hellegat als post-industrieel erfgoedlandschap
Deze masterscriptie onderzoekt het baksteenindustrieel erfgoed van Noeveren en Hellegat als een gelaagd landschap van kleiontginning, productie, wonen en natuur. Ondanks hun gedeelde geschiedenis kenden beide wijken een verschillend erfgoedtraject: Noeveren werd beschermd, terwijl Hellegat fragmentarischer evolueerde. De scriptie pleit voor een geïntegreerde erfgoedbenadering die industriële relicten, vervuiling en activisme samenbrengt in één leesbaar landschap.
Deze masterscriptie onderzoekt het baksteenindustrieel erfgoed van Noeveren en Hellegat als een gelaagd landschap. Beide wijken, gelegen in Niel (Hellegat) en Boom (Noeveren), delen een lange geschiedenis en een gelijkaardige evolutie.
Deze geschiedenis, die teruggaat tot in de middeleeuwen, vertelt het verhaal van kleiontginning en baksteenproductie. De Boomse cuesta, de Rupel en de nabijheid van stedelijke afzetmarkten zoals Antwerpen en Mechelen vormden de landschappelijke en economische basis voor deze ontwikkeling. Door opeenvolgende industrialisatiegolven veranderden niet alleen de productietechnieken, maar ook het reliëf, de nederzettingsstructuur en het sociale weefsel van de regio.
De masterscriptie vergelijktde erfgoedtrajecten van Noeveren en Hellegat. Waar Noeveren sinds 1986 beschermd werd en daardoor een coherent ensemble van ovens, droogloodsen, schoorstenen, arbeiderswoningen en meesterwoningen bewaart, bleef in Hellegat een gelijkaardig beschermingskader grotendeels uit. Dit zorgde ervoor dat Hellegat een gefragmenteerd en minder leesbaar landschap werd, maar dit betekent niet dat het een minder betekenisvol landschap is. In Hellegat blijft er juist een leesbaarheid van het landschap met het natuurgebied de Walenhoek dat zich nestelt in de voormalige kleiputten.
Deze masterscriptie toont aan dat industrieel erfgoed niet enkel als louter object gezien dient te worden, maar als een systeem waarbij er een voortdurende dynamiek speelt. Concepten zoals authorized heritage discourse, toxic heritage en industrial nature maken zichtbaar hoe erfgoedwaarden worden toegekend, betwist en soms uitgewist. De casus van Hellegat en Noeveren pleit daarom voor een geïntegreerde erfgoedbenadering die dit landschappelijk systeem begrijpt en ook leesbaar maakt met aandacht voor de positieve als negatieve verhaallijnen.