Levenslang wonen
Alexander Van Aelst
Master Architectuur
2025 — 2026
studio
3(33)-33(3)-333 (t)huis
promotoren
Bart Hollanders
Jan Degeeter
Levenslang wonen
Deze masterproef onderzoekt de betekenis van wonen en hoe architectuur een thuis creëert. Via historische referenties (o.a. Van Eyck en de Smithsons) fungeert het bestaande patrimonium als ontwerptool. De focus ligt op subtiele ingrepen die het dagelijkse leven ondersteunen. Tegen de achtergrond van verdichting en vergrijzing wordt levenslang, intergenerationeel wonen voorgesteld. Architecten reageren zo op maatschappelijke uitdagingen door de gebruiker en ruimtelijke kwaliteit centraal te stellen boven loutere efficiëntie.
Hoe creëert architectuur een betekenisvolle thuis? Deze masterproef onderzoekt het woonvraagstuk door het bestaande patrimonium te analyseren en in te zetten als actieve ontwerptool voor de toekomst. Aan de hand van het werk van architecten zoals Aldo van Eyck, Hermann Czech en de Smithsons wordt aangetoond dat woonkwaliteit niet schuilt in grote formele gebaren. Het zit juist in subtiele ingrepen, doordachte detaillering en de relatie tussen gebouwen en de tussenruimte. De Pleasures of Life van de Smithsons bieden hierbij een analytisch kader, al reikt de potentie van architectuur voor een thuisgevoel nog veel verder.
Naast deze ontwerpturn verbindt het onderzoek de architectuur met prangende maatschappelijke uitdagingen zoals bevolkingsgroei, stedelijke verdichting en de vergrijzende samenleving. Als antwoord hierop wordt het concept van levenslang wonen naar voren geschoven. Door verschillende generaties binnen één flexibele woonstructuur samen te brengen, ontstaan er spontane kansen voor sociale interactie, informele zorg en gemeenschapsgevoel. Architectuur faciliteert dit door aanpasbare structuren en kwalitatieve, inclusieve leefomgevingen te ontwerpen.
Dit werk concludeert dat de maatschappelijke rol van de architect relevanter is dan ooit. Waar de hedendaagse projectontwikkeling vaak wordt gedreven door economische efficiëntie, financiële winst en reproduceerbaarheid, stelt de architecturale discipline de eindgebruiker en de menselijke woonervaring centraal. Architecten ontwerpen in deze visie niet louter stenen en vierkante meters, maar ze scheppen doelbewust de ruimtelijke en sociale voorwaarden voor een duurzame, betekenisvolle en toekomstgerichte thuisomgeving die generaties lang kan meegaan.