HOF TEN BOS – HEALING THROUGH WATER
Alec Quadens
Master Interieurarchitectuur
2025 – 2026
studio
Re-use of Modernist Buildings
promotoren
Sara Eloy
HOF TEN BOS – HEALING THROUGH WATER
Hof ten Bos krijgt een nieuwe betekenis als herstelplek tussen zorg en ontspanning. Het voormalige kindersanatorium van Léon Stynen wordt omgevormd tot een warm wellnesscentrum waar water, rust en natuur centraal staan. Voor mensen met brandwonden, littekens of huidgerelateerde hersteltrajecten ontstaat een omgeving waar behandeling, tijdelijk verblijf en ontmoeting samenkomen.
Dit ontwerp herbestemt Hof ten Bos in Brasschaat tot een omgeving waar architectuur opnieuw kan bijdragen aan herstel. Het gebouw werd oorspronkelijk opgevat als een hersteloord waar licht, lucht, rust en de bosrijke omgeving een belangrijke rol speelden. Die oorspronkelijke gedachte vormt het vertrekpunt voor een nieuwe invulling, gericht op lichamelijk en mentaal welzijn.
Het voormalige sanatorium wordt getransformeerd tot een wellnesscentrum voor mensen met brandwonden, littekens of huidgerelateerde hersteltrajecten. Het project bevindt zich tussen zorg en ontspanning: geen ziekenhuis, maar ook geen klassieke commerciële spa. Hydrotherapie, behandelingen, tijdelijk verblijf en rust komen samen in een omgeving die geborgenheid, vertraging en welzijn centraal stelt.
De bestaande kwaliteiten van Hof ten Bos worden behouden en versterkt. De relatie met het landschap, de grote raampartijen, de open circulaties en de heldere structuur blijven leesbaar. Nieuwe ingrepen worden zorgvuldig toegevoegd, zodat het modernistische karakter van het gebouw aanwezig blijft. De indeling vertrekt vanuit een overgang van open en collectief naar rustig en privaat.
In het verblijfsdeel ligt de focus op rust, privacy en ontmoeting. De kamers worden niet als klassieke hotelkamers benaderd, maar als tijdelijke herstelplekken waar geborgenheid centraal staat. Nieuwe kamerboxen worden in de bestaande structuur geplaatst, waardoor intieme plekken ontstaan zonder de openheid van het gebouw te verliezen. De gedeelde verblijfsruimtes richten zich naar het landschap en vormen zachte overgangszones tussen individueel verblijf en ontmoeting.